Je kent ze vast wel, dingen die je leven passeren, zonder dat je wilt dat ze gebeuren.
Het zijn die dingen waarover je liever met niemand praat, omdat je je er voor schaamt, maar het enige wat je wil is begrip, een vriend waarmee je kan praten, die een arm om je heen slaat, als je zegt dat je het moeilijk hebt.
Ik kijk om me heen in de ruimte, een ruimte die ik niet ken, mensen die onbekend zijn. Verschillende gezichten, verschillende mensen, en ieder kent zijn eigen verhaal, ik vraag me af wat die verhalen zijn.
‘Psyciatrie’, zegt de lerares, wat maakt dat in ons los, waarom psychiatrie?
Er kwamen verhalen los, fijne dingen, discusie onderwerpen.
Toen kwamen we bij haar, haar gezicht werd rood, ik zag dat ze het moelijk had, ze zat naast me.
een meisje, klein, ze leek onzeker en bang, maar ze kon je aankijken met ogen waarmee je liever geen ruzie had. zo’n meisje die opvalt tussen anderen.
‘Waarom psychiatrie’, vroeg de lerares aan haar.
ze vertelde dat ze dingen mee gemaakt had, die bij haar een knop hadden om gezet.
‘Laten we zeggen dat ik me er in wil verdiepen, omdat het mij geholpen heeft’, zei ze.
Ik vroeg me af wat er met haar was..
‘Kan je iets vertellen aan ons, zodat het duidelijker word voor ons, voel je niet verplicht’.
voel je thuis, dacht ik… maar ik hield me stil.
Ik ben gek, een beetje gestoord, zei ze…
ik vroeg me af waarom ze zichzelf zo omschreef.
‘Ik heb borderline, ik spoor niet helemaal’. Ik ben opgenomen geweest in de psychiatrie, en…
Even werd het helemaal stil in de klas, die daarvoor nog zo heftig aan het discusieren was.
We wisten duidelijk niet wat te zeggen. ‘wat knap van je, dat je dit verteld’, zei de lerares..
‘Weet heel goed, dat je nu als verpleegkundige in de psychiatrie werkt, en niet in de stoel zit van de patixebnt’.
Ik zuchte, wou haar liefde geven, maar ik wilde ook op afstand blijven…